contact us
Europese Unie
Katholieke Universiteit Leuven
homepage bijdragen meer... penproject
 

Domenica Perrone

«Europese schrijvers trekken anno 2007 door het Oude Continent met een frequentie die vroeger ondenkbaar was. Dankzij de Akkoorden van Schengen reizen we min of meer ongehinderd door een groot deel van Europa, en de Euro maakt dat het charmante maar vermoeiende omrekenwerk op heel wat van die reizen definitief tot het verleden behoort.

Maar economische en politieke integratie lijken niet te volstaan; er is toch zoiets als de nood aan diepere verbanden.
Wanneer we in een andere stad van de Europese unie verblijven, wordt ons cultureel geheugen op een wonderbaarlijke wijze geprikkeld. Wat blijkt? Veel van deze steden zijn ons geenszins vreemd. We herkennen tal van plaatsen, omdat we er al geweest zijn - dankzij de lectuur van grote schrijvers».

 

 

With the support of the Culture 2000 Programme of the European Union

 
 
     
auteurs / penproject 2006-07
Kamiel Vanhole

Kamiel Vanhole kwam de Nederlandse literatuur binnen als een reiziger. En zo kan je hem nog steeds typeren, ook al zijn zijn verhalen geen reisverhalen in de strikte zin meer. In zijn debuut Een demon in Brussel (1990) formuleerde hij zijn eigen schrijverschap immers als 'stilstaan bij beweging' en die houding heeft hij in zijn vier daaropvolgende romans volgehouden.
Een demon in Brussel is een bundel reisverhalen die past in de bloeiperiode van dat genre in de Nederlandse literatuur, die zich afspeelde in de jaren tachtig en negentig van de twintigste eeuw. Auteurs als Lieve Joris en Adriaan van Dis loodsten met hun goedverkopende boeken het genre van het reisverhaal de literatuur binnen. Iets gelijkaardigs gebeurde rond diezelfde tijd met het autobiografische proza dat door auteurs als Eric de Kuyper en Leo Pleysier een uitgesproken literair karakter kreeg aangemeten. Beide tendenzen halen de banden tussen literatuur en werkelijkheid nauw aan. Enerzijds bouwen ze voort op het vertrouwde realistische romanrecept en anderzijds verruimen en verdiepen ze het. Ook Kamiel Vanhole bleef na zijn debuut de mogelijkheden van een literair realisme uitbuiten en de grenzen ervan aftasten.
In zijn debuutroman De beet van de schildpad (1993) neemt hij als uitgangspunt het levensverhaal van zijn grootmoeder. Hij fictionaliseert die geschiedenis echter radicaal, onder meer door te focaliseren vanuit Maggie zelf. Het is typisch voor Vanhole dat hij niet focust op gebeurtenissen en anekdotes, maar op dromen en gedachten. Niet de tastbare werkelijkheid staat centraal, maar de manier om met die werkelijkheid om te gaan: de werkelijkheid als een innerlijk concept.
Een terugkerend thema in Vanholes oeuvre is dat van de gebondenheid aan je roots. Die wortels kunnen familiaal zijn, maar kunnen ook te maken hebben met je verhouding tot een bepaald land, een bepaalde streek, een bepaalde cultuur. De beet van de schildpad speelt zich af in Ierland en Vlaanderen en zijn volgende roman Overstekend wild (1995) in Vlaanderen en de Verenigde Staten. De titel van deze roman thematiseert Vanholes fascinatie voor het oversteken van grenzen en wat dat doet met je identiteit. In Overstekend wild reist de ik-verteller naar Amerika in het spoor van zijn al lang overleden betovergrootoom. Vanhole maakt gebruik van heel wat documentair materiaal, wat het realistisch en (auto)biografisch gehalte van deze roman verhoogt. Toch draait het ook hier niet zozeer om de feiten, maar om de bespiegelingen over roots, identiteit en vrijheid.
Vanholes twee recentste romans O Heer, waar zijn uw zijstraten? uit 2002 en Bea uit 2006 hernemen de thema's uit zijn eerste boeken, maar vertonen daarenboven twee op het eerste zicht paradoxale dimensies: een politieke en een mythologische. In O Heer volgen we een Afrikaanse verstekeling op een vreemde treinreis door Europa. De reis is een bizarre mengeling van concrete, herkenbare plaatsen, mensen en gebeurtenissen aan de ene kant en odysseusachtige omzwervingen aan de andere. Er worden politieke vragen gesteld over Europa, nationalisme en migratie, maar evengoed meer filosofische over identiteit en universaliteit. Dat Vanhole zich in de linkse politieke hoek bevindt, was overigens ook al duidelijk geworden in het brievenboek Over de voorrang van rechts dat hij samen met de auteur Charles Ducal schreef.
In Vanholes recentste roman Bea krijgt de intussen op reizen ingestelde lezer van Vanhole een danteske trip door het dodenrijk aangeboden. In dit boek lijkt Vanholes afscheid te nemen van het realisme: surrealistische trekjes die al sinds De beet van de schildpad in zijn werk sluimerden komen hier het verhaal helemaal uit het realistische kader trekken. Dat betekent echter niet dat Vanholes engagement verkleint: de strekking van dit boek is overduidelijk ecologisch.
Bea speelt zich af in Brussel, een stad waar Vanhole zich al sinds zijn debuut al schrijvend toe verhoudt. Brussel is op z'n Vanholiaans niet enkel die ene concrete stad met de herkenbare straten en pleinen en de stinkende Zennerivier, maar ook een symbolische plek, een kruispunt waar verleden, heden en toekomst tegelijk waar te nemen zijn en waar Vanholes thema van de zoektocht naar identiteit gestalte vindt. Samen met Koen Peeters schreef Vanhole het boek Bellevue/Schoonzicht, het verhaal van een dertig kilometer lange wandeling door Brussel dat in al zijn banaliteit, lelijkheid en charmes ervaren en getoond wordt.
Naast romans, een brievenboek en reisverhalen heeft Kamiel Vanhole ook een strip en zeven theaterstukken geschreven. In zijn ganse oeuvre paart hij een bewuste omgang met literaire vormen aan een maatschappijkritisch engagement. Hij doorbreekt al schrijvend de fictionele code op twee manieren. Hij plaatst aan de ene kant het geconstrueerde en literaire karakter van zijn verhalen op de voorgrond door het inlassen van metacommentaren op het schrijven, door expliciete intertekstualiteit, door het spelen met literaire conventies. Aan de andere kant verlaat hij het fictionele kader door het expliciete engagement dat hij tentoonspreidt.
In plaats van coherente, sluitende verhalen te schrijven die van begin tot slot de lezer meenemen op een veilige tocht doorheen een romanwereld, zet hij zijn verhalen aan twee kanten open: hij toont het literaire raderwerk (het maakwerk) en hij zet zijn boeken in voor een 'betere wereld'. Dat maakt Vanholes oeuvre kwetsbaar en relevant.
Het verhaal 'De reis van de slippers' sluit mooi aan bij het adagium 'stilstaan bij beweging' waarmee Kamiel Vanhole de Nederlandse literatuur binnenkwam. De vertelsituatie is bijzonder: het gezichtspunt dat wordt ingenomen - dat van een paar hotelslippers - is marginaal, vluchtig. De verteller neemt slechts zijdelings deel aan het leven: hij staat ten dienste van de reizigers. Toch droomt hij van meer, van vrijheid, van verhalen en herinneringen. Het verhaal heeft sprookjesachtige elementen, alleen al door de situering in Iran, een soort bakermat van de vertelling. Het gaat dan ook niet enkel over de thematiek van vrijheid of vergankelijkheid, maar ook over de kracht van de vertelling en de herinnering (naast die van de ervaring): dat is het steentje dat in je zool (je ziel) blijft haperen en waardoor je beseft: ik besta .


others information: bibliografia, works, interviews, extra

     
 
 
 
De Bladspiegel - homepage Belgium version go to English version