 |
auteurs / penproject 2006-07 
Kamiel Vanhole
Kamiel Vanhole kwam de Nederlandse literatuur binnen als een
reiziger. En zo kan je hem nog steeds typeren, ook al zijn zijn
verhalen geen reisverhalen in de strikte zin meer. In zijn debuut
Een demon in Brussel (1990) formuleerde hij zijn eigen schrijverschap
immers als 'stilstaan bij beweging' en die houding heeft hij
in zijn vier daaropvolgende romans volgehouden.
Een demon in Brussel is een bundel reisverhalen die past in
de bloeiperiode van dat genre in de Nederlandse literatuur,
die zich afspeelde in de jaren tachtig en negentig van de twintigste
eeuw. Auteurs als Lieve Joris en Adriaan van Dis loodsten met
hun goedverkopende boeken het genre van het reisverhaal de literatuur
binnen. Iets gelijkaardigs gebeurde rond diezelfde tijd met
het autobiografische proza dat door auteurs als Eric de Kuyper
en Leo Pleysier een uitgesproken literair karakter kreeg aangemeten.
Beide tendenzen halen de banden tussen literatuur en werkelijkheid
nauw aan. Enerzijds bouwen ze voort op het vertrouwde realistische
romanrecept en anderzijds verruimen en verdiepen ze het. Ook
Kamiel Vanhole bleef na zijn debuut de mogelijkheden van een
literair realisme uitbuiten en de grenzen ervan aftasten.
In zijn debuutroman De beet van de schildpad (1993) neemt hij
als uitgangspunt het levensverhaal van zijn grootmoeder. Hij
fictionaliseert die geschiedenis echter radicaal, onder meer
door te focaliseren vanuit Maggie zelf. Het is typisch voor
Vanhole dat hij niet focust op gebeurtenissen en anekdotes,
maar op dromen en gedachten. Niet de tastbare werkelijkheid
staat centraal, maar de manier om met die werkelijkheid om te
gaan: de werkelijkheid als een innerlijk concept.
Een terugkerend thema in Vanholes oeuvre is dat van de gebondenheid
aan je roots. Die wortels kunnen familiaal zijn, maar kunnen
ook te maken hebben met je verhouding tot een bepaald land,
een bepaalde streek, een bepaalde cultuur. De beet van de schildpad
speelt zich af in Ierland en Vlaanderen en zijn volgende roman
Overstekend wild (1995) in Vlaanderen en de Verenigde Staten.
De titel van deze roman thematiseert Vanholes fascinatie voor
het oversteken van grenzen en wat dat doet met je identiteit.
In Overstekend wild reist de ik-verteller naar Amerika in het
spoor van zijn al lang overleden betovergrootoom. Vanhole maakt
gebruik van heel wat documentair materiaal, wat het realistisch
en (auto)biografisch gehalte van deze roman verhoogt. Toch draait
het ook hier niet zozeer om de feiten, maar om de bespiegelingen
over roots, identiteit en vrijheid.
Vanholes twee recentste romans O Heer, waar zijn uw zijstraten?
uit 2002 en Bea uit 2006 hernemen de thema's uit zijn eerste
boeken, maar vertonen daarenboven twee op het eerste zicht paradoxale
dimensies: een politieke en een mythologische. In O Heer volgen
we een Afrikaanse verstekeling op een vreemde treinreis door
Europa. De reis is een bizarre mengeling van concrete, herkenbare
plaatsen, mensen en gebeurtenissen aan de ene kant en odysseusachtige
omzwervingen aan de andere. Er worden politieke vragen gesteld
over Europa, nationalisme en migratie, maar evengoed meer filosofische
over identiteit en universaliteit. Dat Vanhole zich in de linkse
politieke hoek bevindt, was overigens ook al duidelijk geworden
in het brievenboek Over de voorrang van rechts dat hij samen
met de auteur Charles Ducal schreef.
In Vanholes recentste roman Bea krijgt de intussen op reizen
ingestelde lezer van Vanhole een danteske trip door het dodenrijk
aangeboden. In dit boek lijkt Vanholes afscheid te nemen van
het realisme: surrealistische trekjes die al sinds De beet van
de schildpad in zijn werk sluimerden komen hier het verhaal
helemaal uit het realistische kader trekken. Dat betekent echter
niet dat Vanholes engagement verkleint: de strekking van dit
boek is overduidelijk ecologisch.
Bea speelt zich af in Brussel, een stad waar Vanhole zich al
sinds zijn debuut al schrijvend toe verhoudt. Brussel is op
z'n Vanholiaans niet enkel die ene concrete stad met de herkenbare
straten en pleinen en de stinkende Zennerivier, maar ook een
symbolische plek, een kruispunt waar verleden, heden en toekomst
tegelijk waar te nemen zijn en waar Vanholes thema van de zoektocht
naar identiteit gestalte vindt. Samen met Koen Peeters schreef
Vanhole het boek Bellevue/Schoonzicht, het verhaal van een dertig
kilometer lange wandeling door Brussel dat in al zijn banaliteit,
lelijkheid en charmes ervaren en getoond wordt.
Naast romans, een brievenboek en reisverhalen heeft Kamiel Vanhole
ook een strip en zeven theaterstukken geschreven. In zijn ganse
oeuvre paart hij een bewuste omgang met literaire vormen aan
een maatschappijkritisch engagement. Hij doorbreekt al schrijvend
de fictionele code op twee manieren. Hij plaatst aan de ene
kant het geconstrueerde en literaire karakter van zijn verhalen
op de voorgrond door het inlassen van metacommentaren op het
schrijven, door expliciete intertekstualiteit, door het spelen
met literaire conventies. Aan de andere kant verlaat hij het
fictionele kader door het expliciete engagement dat hij tentoonspreidt.
In plaats van coherente, sluitende verhalen te schrijven die
van begin tot slot de lezer meenemen op een veilige tocht doorheen
een romanwereld, zet hij zijn verhalen aan twee kanten open:
hij toont het literaire raderwerk (het maakwerk) en hij zet
zijn boeken in voor een 'betere wereld'. Dat maakt Vanholes
oeuvre kwetsbaar en relevant.
Het verhaal 'De reis van de slippers' sluit mooi aan bij het
adagium 'stilstaan bij beweging' waarmee Kamiel Vanhole de Nederlandse
literatuur binnenkwam. De vertelsituatie is bijzonder: het gezichtspunt
dat wordt ingenomen - dat van een paar hotelslippers - is marginaal,
vluchtig. De verteller neemt slechts zijdelings deel aan het
leven: hij staat ten dienste van de reizigers. Toch droomt hij
van meer, van vrijheid, van verhalen en herinneringen. Het verhaal
heeft sprookjesachtige elementen, alleen al door de situering
in Iran, een soort bakermat van de vertelling. Het gaat dan
ook niet enkel over de thematiek van vrijheid of vergankelijkheid,
maar ook over de kracht van de vertelling en de herinnering
(naast die van de ervaring): dat is het steentje dat in je zool
(je ziel) blijft haperen en waardoor je beseft: ik besta .
others
information: bibliografia,
works, interviews, extra
|