contact us
Europese Unie
Katholieke Universiteit Leuven
homepage bijdragen meer... penproject
 

Domenica Perrone

«Europese schrijvers trekken anno 2007 door het Oude Continent met een frequentie die vroeger ondenkbaar was. Dankzij de Akkoorden van Schengen reizen we min of meer ongehinderd door een groot deel van Europa, en de Euro maakt dat het charmante maar vermoeiende omrekenwerk op heel wat van die reizen definitief tot het verleden behoort.

Maar economische en politieke integratie lijken niet te volstaan; er is toch zoiets als de nood aan diepere verbanden.
Wanneer we in een andere stad van de Europese unie verblijven, wordt ons cultureel geheugen op een wonderbaarlijke wijze geprikkeld. Wat blijkt? Veel van deze steden zijn ons geenszins vreemd. We herkennen tal van plaatsen, omdat we er al geweest zijn - dankzij de lectuur van grote schrijvers».

 

 

With the support of the Culture 2000 Programme of the European Union

 
 
     
auteurs / penproject 2006-07
Koen Peeters

Koen Peeters (1959) bouwt sinds 1988 aan een uniek oeuvre binnen de Nederlandse literatuur. Zijn debuutroman Conversaties met K. zette meteen de toon door een aantal personages en thema's aan te brengen die ook de rest van zijn werk zouden gaan bevolken en bepalen. Het hoofdpersonage Robert Marchand - vaak Peeters' alter ego genoemd - en zijn gesprekspartner K. leggen in die roman al keuvelend een traject af langs een reeks Belgische iconen zoals de Zoo van Antwerpen, het atomium, het Afrikamuseum. De structuur van het boek is los: een verzameling anekdotes en wetenswaardigheden. In zijn tweede boek Bezoek onze kelders uit 1991 is de gesprekspartner de lezer. Die wordt door de verteller-gids meegenomen op een rondleiding door de vijf kelders van een huis. Aan elke kelder hangt een biografisch verhaal vast.
Deze twee eerste romans hebben als centrale vertelvorm 'het gesprek': er wordt druk geconverseerd in de romans van Koen Peeters. Dat motief zet zich in Peeters' oeuvre door tot op de dag van vandaag. Het illustreert het thema van de moeizame menselijke communicatie en van de (on)mogelijkheden van de taal. De gesprekken bij Peeters balanceren op de grens tussen de stoplappen en straffe verhalen van toogpraat en humanistisch-didactische dialogen in de trant van Erasmus of Rousseau. De boeken van Koen Peeters hebben steeds een verlichte encyclopedische inslag: de lezer en gesprekspartner krijgt weetjes voorgeschoteld, historische uitweidingen, flarden van een documentair discours. Je kan er altijd iets van opsteken, maar je krijgt ze niet aaneengeregen tot een wereldbeeld of een ideologie. Zoals in een encyclopedie, blijft het een boeiende, leerrijke maar opzettelijk onsamenhangende verzameling waaruit geen besluiten of syntheses vallen te trekken.
Verzamelen is een belangrijk leidmotief in het oeuvre van Peeters. Erg duidelijk wordt dat gethematiseerd in zijn derde roman De Postbode. Ook hier weer is het hoofdpersonage Robert Marchand, ditmaal in de gedaante van een postbode die op zijn route stenen verzamelt waarmee hij in zijn tuin een bizar bouwwerk optrekt. Die hobby kan beschouwd worden als een metafoor voor Peeters' schrijverschap: de auteur legt een parcours in de werkelijkheid af en verzamelt onderweg ontmoetingen, anekdotes, gesprekken om er vervolgens in een bewust kunstmatige beweging een literaire tekst van te maken. Van bij het begin werd Koen Peeters omwille van zijn fragmentarisme en bewuste artificialiteit bestempeld als een postmoderne auteur. Toch is hij geenszins in de intellectuele variant van die beweging te situeren: zijn habitat is niet die van de grote theorieën, maar veeleer die van de banaliteit en de oppervlakte.
Verzamelen wordt bij Peeters avontuurlijk: het is immers een manier om een alternatieve ordening aan te brengen: willekeur en doelmatigheid komen samen en er ontstaat een spoor in de werkelijkheid dat daarvóór niet zichtbaar was. Ook filatelie fungeert in Peeters' oeuvre op die manier als een metafoor voor de pogingen van mensen en van de auteur om creatief om te springen met trivia, met details, met de marge. Coherentie is niet voorafgegeven, maar wordt door elk individu naar eigen goeddunken aangebracht. Het oeuvre van Koen Peeters suggereert dat ín en niet ónder de oppervlakte de diepgang schuilt.
In zijn roman Het is niet ernstig, mon amour uit 1996 volgen we een clubje jonge mannen die als Kuifjes via experimenten en projecten trachten zin te geven aan de werkelijkheid. Het clubje is daar niet écht mee bezig, het gaat om pseudo-wetenschap, pseudo-kunst, pseudo-oplossingen: het is een ouderwets jongensclubje dat aaneenhangt van toekomstdromen en experimenteerdrang. Maar het boek vertrekt wel vanuit een ernstig, existentieel fundament: een onzekerheid over de zinvolheid van het bestaan. Deze roman tast de mogelijkheid af van een ironische levenshouding: zo'n attitude werkt duidelijk wel voor de vriendschap, voor het wij-gevoel, maar kan geen betekenissen, geen zin aanreiken. De ironie is een kenmerkende toon voor Peeters' oeuvre. Ook omwille van die distantie ten opzichte van de werkelijkheid wordt hij postmodern genoemd. Toch is de ironie, die hij meesterlijk bedrijft, bij Peeters niet vrijblijvend: ook de ironie zelf wordt geïroniseerd, zodat er uiteindelijk toch een vorm van authenticiteit in Peeters' werk schuilt: een betrokkenheid en optimisme.
In Bellevue/Schoonzicht uit 1997 dat Koen Peeters samen met Kamiel Vanhole schreef, brengen de auteurs een veelzijdig portret van Brussel. In al zijn romans tot dan toe, schreef Peeters voort aan een portret van België, een land dat ook kan worden opgevat als een Peetersiaanse verzameling dromen, monumenten, herinneringen, anekdotes, personages. Ook in Acacialaan uit 2001 wordt België nogmaals onder de loupe genomen. Zowel literaire grootheden als Louis Paul Boon als de psychopatische volksvijand Marc Dutroux komen aan bod. In Mijnheer Sjamaan uit 2004 worden wetenschap en bijgeloof tegenover elkaar uitgespeeld. Koen Peeters is er de auteur niet naar om duidelijk stelling te nemen in die tweestrijd: het hoofdthema is ook hier de zoektocht naar zin, die voortdurend gedwarsboomd wordt door de hardnekkige opmars van onzin.
In 2005 debuteerde Peeters ook succesvol als dichter met de bundel Fijne Motoriek, met dezelfde mix van rhetoriek en anekdotiek die zijn proza kenmerkt.
In 2007 verscheen van Koen Peeters de roman Grote Europese Roman. Ondanks de hoogst ironische titel die een verwijzing is naar de Great American Novel, is dit Peeters' minst ironische roman tot nu toe. Twee verhalen worden door elkaar geweven, dat van de zakenman Theo Marchand en dat van Robin, zijn ondergeschikte die de opdracht krijgt om een Europees rapport op te stellen. Vol goede moed begint Robin aan een reis langs de Europese hoofdsteden. Hij schrijft aan twee rapporten tegelijk. Het ene is een officieel rapport dat een lege doos is vol universele marketingterminologie. Er bestaat een Europa van luchthavens, callcenters, hotelrecepties en vergaderzalen, maar is dat de identiteit van dit continent? Het tweede rapport is niet meer dan een schriftje vol losse aantekeningen: zinnen die Robin hoort, vreemde woorden die hem opvallen, toevallige ontmoetingen. Daar tekent zich een heel ander Europa af - en het schriftje lijkt erg op de roman die we lezen - een menselijk Europa van kleine gebeurtenissen en verschillen, van nuance en detail. Taal en meertaligheid spelen daarin een grote rol: Robin verzamelt woorden. Tenslotte komt er uit het levensverhaal van Robins baas, Theo Marchand nog een andere dimensie van de Europese identiteit naar voren: die van de zwaar beladen Europese geschiedenis. In het verhaal 'Kleine Europese roman' wordt Marchands levensverhaal uit de roman gelicht. 'De jongen zal rondreizen en op die manier tijdelijk verdwijnen' is de vlag die Theo's leven voert (en die ook Robins onderneming dekt). Zowel voor Theo als voor Robin biedt de Europese talenfamilie een alternatieve stamboom die als houvast fungeert, die hen wortelt in een gemeenschap.
Grote Europese roman is een ongemeen rijk, betrokken en ontroerend boek, dat zowel heel klein en banaal als groots en betekenisvol is. Koen Peeters verruimt met dit boek zijn schrijvershorizon: hij vaart Europese wateren binnen.


others information: bibliografia, works, interviews, extra

     
 
 
 
De Bladspiegel - homepage Belgium version go to English version